8 tips om uitdroging te voorkomen en hitteplan

De warme dagen zijn aangebroken en deze houden zeker de aankomende periode aan. Maar wat voor invloed heeft dit op de ouderen onder ons en welke maatregelen kun je hierin nemen? Het hitteplan wordt in werking gezet bij minimaal 3 dagen 27 graden of meer achter elkaar!

 

Uitdroging

Uitdroging of dehydratie vorm een risico voor de gezondheid van ouderen, mensen in zorginstellingen en chronisch zieken.

 

Tijdig herkennen van uitdroging

Tijdige herkenning van uitdroging (dehydratie) bij ouderen is van groot belang. Het stellen van deze diagnose bij ouderen is echter niet gemakkelijk. Een cliënt met een vochttekort herken je vooral aan (meerdere van) deze signalen:

  • De cliënt is suf of verward (delier), heeft last van duizelingen en valt snel.
  • Is soms moeilijk te verstaan. De cliënt verslikt zich snel.
  • Verlaagde bloeddruk, koorts, obstipatie.
  • De cliënt klaagt over dorst, plast weinig en de urine is donker van kleur; dan is er al sprake van een ernstige dehydratie!
  • De cliënt verliest in korte tijd meer dan 3% van het lichaamsgewicht of meer dan 1 kg per dag. Een acute verandering van het lichaamsgewicht kan ook wijzen op overvulling.
  • Gortdroge tong en slijmvliezen.
  • Minder elastische huid (dit is ook een normaal verouderingsverschijnsel), jeuk en huidinfecties.
  • Een cliënt heeft een verhoogde kans op trombose en embolieën, blaasinfecties, luchtweginfecties, nierstenen en decubitus.

 

Preventie

Volgens de Nederlandse Voedingsraad is voor cliënten minimaal 1700 ml vocht per dag noodzakelijk. Als een cliënt een vochtbeperking heeft vanwege hartfalen of nierproblemen, dan is het belangrijk ook een minimum aan vocht vast te leggen om uitdroging te voorkomen. Ergens tussen de 1,5 en 2 liter per dag. Dit minimum moet verhoogd worden als de buitentemperatuur stijgt (tijdens de hitteperioden), als het binnen erg warm is (vaak is de temperatuur in instellingen hoog!) of als de cliënt koorts heeft (500 ml vocht extra geven per graad koorts boven de 38 graden). Bied bij deze omstandigheden de cliënt vaker vocht aan en weeg de cliënt regelmatig.

 

Stimuleren van drinken

Het is belangrijk dat de cliënt voldoende drinkt bij de maaltijden. Maar ook tussen de maaltijden moet regelmatig wat gedronken worden. Dit kan door extra drinken te stimuleren bij (zelf)verzorgende handelingen, zoals tandenpoetsen, het innemen van medicijnen etc. Ook is het beter om vaker kleine hoeveelheden te drinken dan een paar maal een grote hoeveelheid. Let er goed op dat er voldoende water en andere dranken beschikbaar zijn en dat de cliënt daar gemakkelijk toegang toe heeft. Leg de cliënt uit waarom er voldoende gedronken moet worden en wijs de cliënt op het gebruik van minerale dranken (incl. bouillon), verse fruitsappen, tomatensap, melk of sportdranken. Te veel alcoholhoudende dranken of supplementen met veel eiwit moeten vermeden worden, zeker bij dehydratie. Deze onttrekken juist vocht aan het lichaam. Het is daarnaast belangrijk dat de cliënt goed, gezond en regelmatig blijft eten. Groenten en fruit zijn aan te bevelen omdat ze veel water bevatten en een bron zijn van vitamines en zouten.

 

8 tips om uitdroging te voorkomen

1. Maak de noodzaak om voldoende te drinken duidelijk

‘Het valt mij op dat ouderen vaak denken dat ze voldoende drinken, maar als je doorvraagt blijkt dat ze de aanbevolen hoeveelheid voor ouderen á 1700 cc per dag niet halen. Ook weten ouderen vaak weinig van uitdroging.’

 

2. Raad ouderen aan vaker op de dag kleine hoeveelheden te drinken

‘In één keer een grote hoeveelheid drinken zorgt ervoor dat je maag uitzet, waardoor je minder zin hebt in eten of drinken.’

 

3. Koppel drinken aan ADL-momenten

‘Bijvoorbeeld na een warme douche, waarbij je vaak zweet en dus vocht verliest. Of zorg ervoor dat iemand altijd iets drinkt na het tandenpoetsen of een extra glaasje nuttigt tijdens een maaltijd of bij de medicatie inname.’

 

4.    Zorg voor afwisseling

‘Maak het consumeren van vocht aantrekkelijker door af te wisselen. Denk bijvoorbeeld aan: koffie, thee, water, fruitsap, yoghurt, fruit en groenten.’

5.    Wees alert bij koorts

‘Zorg dat iemand dan minimaal een halve liter per graad koorts meer drinkt dan normaal.’

6.    Let goed op hoeveel iemand drinkt

‘Vochtlijsten in verpleeghuizen worden niet altijd even goed bijgehouden, maar zijn wel een graadmeter om een verandering in vochtconsumptie waar te nemen Zorg dat je alert bent op een verandering in drinkpatroon en drinkhoeveelheid. Werk je in de thuiszorg? Dan kun je ook samen met je cliënt een vochtlijst bijhouden. Zo brengen jullie in kaart of de cliënt voldoende drinkt en wordt de cliënt zich bewust van zijn vochtinname.’

7.    Let op gedragsverandering

‘Is iemand verward of suf? Kijk dan eens kritisch naar hoeveel vocht iemand op een dag binnenkrijgt.’

8.    Zet hulpmiddelen in

‘Heeft iemand een geheugensteuntje nodig om ervoor te zorgen dat hij voldoende drinkt? Denk dan aan de inzet van een hulpmiddel zoals de Obli. Dit hulpmiddel geeft een seintje wanneer het tijd is om te drinken.’

 

10 tips om het hoofd koel te houden

In deze video geven we je 10 tips om de hitte in de ouderenzorg te lijf te gaan.

 

 

Bron www.zorgvoorbeter.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *