Blaas of katheterspoelen

Wat denk jij dat je in de praktijk vaker doet: Blaas of katheterspoelen? Een onderwerp wat tijdens de cursus verpleegtechnische vaardigheden bij Zuster-055 veel aan bod komt. Wanneer wij vragen ‘’Wat denk jij dat je doet, blaas of katheterspoelen?’’ is meestal het antwoord ‘’blaasspoelen… toch?’’.

Voordat wij jou het antwoord geven, gaan wij eerst nog even terug naar het urinewegstelsel. Hoe zit het ook alweer in elkaar? Wij nemen het hieronder kort met je door.

Het urinewegstelsel

De urinewegen en je nieren vormen samen je urinewegstelsel. De urinewegen bestaan uit:

  • Twee urineleiders. Dit noem je ook wel ureters.
  • Urineblaas en urinebuis. Ook wel urethra genoemd.

De urinewegen zijn erg belangrijk voor ons lichaam. Ze zorgen er onder andere voor dat afvalstoffen worden verwijderd en dat er genoeg zouten in ons lichaam komt en blijft zitten.

De weg die urine afneemt

Je nieren filteren afvalstoffen uit je bloed. Uiteindelijk blijft er na het filteren alleen urine over. De weg die urine aflegt naar buiten is als volgt: Vanuit de nier gaat urine richting de blaas. Dit gebeurt door bewegingen in de ureters. De urine wordt door deze bewegingen richting de blaas geknepen. Het komt dan in de blaasbodem terecht. Vanuit daar gaat de blaaswand via de blaashals over in de urethra. De urethra voert de urine af naar buiten.

Bij de man is de urethra tussen de twintig en vijfentwintig centimeter lang. De mannelijke sluitspieren van de blaas worden omcirkelt door de prostaat. Wanneer een man een vergrote prostaat heeft, kan de urethra vernauwd zijn. Bij de vrouw is de urethra een stuk korter dan bij de man, namelijk drie tot vijf centimeter. Deze loopt recht naar beneden. Omdat de urethra korter is, heeft de vrouw altijd meer kans op blaasontstekingen en andere infecties.

De blaas

De urine die door je nieren wordt gemaakt, gaat altijd via de urineleiders naar de blaas. De blaas heeft twee belangrijke functies:

1: Het is een opslagruimte voor urine

2: Het uitdrijven van urine (plassen). Dit gebeurt door het samentrekken van de spierlaag en het ontspannen van de sluitspier.

Spoelen

Iets wat je veel in de praktijk doet: spoelen. Bij iedere zorgvrager heeft dit zijn of haar eigen doel. Soms wil je stolsels of gruis verwijderen, soms zit er een katheter verstopt of heeft iemand blaaskanker en dien je medicijnen toe. Als je dit weet, wat doe je dan nu eigenlijk in de praktijk? Blaas of katheterspoelen?

Wat is katheterspoelen?

Bij meer dan de helft van onze zorgvragers met een katheter loopt de katheter wel eens niet door en zit het verstopt. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Iedere oorzaak heeft zijn of haar eigen behandeling. De meest voorkomende oorzaken waardoor een katheter niet loopt zijn:

  • Een knik in de katheterslang of een afgeknelde katheterslang. Zorg dat de katheter voldoende ruimte heeft en de urine mooi af kan lopen naar beneden in het katheterzakje.
  • De urineopvangzak hangt hoger dan het blaasniveau. De urine kan dan niet aflopen.
  • Korstvorming of bezinksel in de katheter. De urine kan er dan niet meer doorheen.

Bij katheterspoelen heb je altijd als doel de doorgang vrijhouden van de katheter. Bij zorgvragers die snel een verstopte blaaskatheter hebben is het dus heel zinvol om te gaan katheterspoelen.

Als je gaat katheterspoelen, gebruik je meestal een kleine hoeveelheid vloeistof. Je moet dan denken aan tien tot vijftig milliliter spoelvloeistof. Je hebt verschillende manieren om een katheter te spoelen. Hieronder nemen wij ze één voor één met jou door.

Manieren om een katheter te spoelen

Katheterspoelen kan op drie manieren:

  1. Met een spuit
  2. Met een harmonicaflesje
  3. Met een spoelvloeistofzakje

Spuit

Dit is de gemakkelijkste manier van katheterspoelen. Het spoelen van de katheter met een spuit bestaat uit een steriele spuit en NaCl, 0,9% vloeistof. Je zet de spuit op de ingang van de katheter en brengt de vloeistof onder lichte druk in. Daarna laat je het gelijk weer teruglopen. Een arts schrijft voor: hoe vaak en met hoeveel vloeistof je deze vaardigheid uitvoert.

Harmonicaflesje (Optiflo)

Iets wat vrij nieuw in zorgland is, is het harmonicaflesje, ook wel Optiflo genoemd. Het werkt net zoals het muziekinstrument de accordeon. Het flesje kan ingedrukt en weer losgelaten worden. Het flesje wordt dus in-en uitgedrukt.  Je hebt het harmonicaflesje in verschillende soorten vloeistof: NaCl, 0,9%, Suby G en Solutio R. Iedere vloeistof heeft zijn eigen doel.

  • NaCl, 0,9%: kan gebruikt worden om stolsels, gruis en andere verstoppingen tegen te gaan. Als de katheter verstopt zit en er dus geen praktische oorzaak is, kan de katheter gespoeld worden met blaasspoelvloeistof NaCl. Dit doe je om te kijken of de katheter nog wel doorgankelijk is.
  • SOLUTIO G: Wordt ook wel Suby G genoemd. Deze vloeistof wordt gebruikt ter voorkoming van kristallisatie, steenaanslag en voor het oplossen van bestaande steenaanslag.
  • SOLUTIO R: Bestaat uit citroenzuur en gluconolacton. Dit is speciaal bedoeld voor katheters die hardnekkig verkalken en waarbij Solutio G niet voldoende resultaat geeft.

Hoe werkt het?

  1. Breng de tip van de flacon in de katheter
  2. Houd de hals van de Optiflo tussen wijs- en middelvinger en druk op de onderkant met de duim, zodat de vloeistof op gecontroleerde wijze in de katheter stroomt
  3. Je krijgt een gecontroleerde spoeling door de blaasbalg (harmonica) gedurende een minuut onafgebroken zachtjes in te drukken en weer los te laten
  4. Door het harmonicaontwerp loopt de vloeistof na het spoelen zachtjes terug in de Optiflo verpakking, zo lost de aanslag gemakkelijker op
  5. Herhaal stappen 1-2 indien nodig

Denk jij dat deze vloeistof heel handig kan zijn voor bij jou op het werk? Je kunt deze aanvragen bij de apotheek of leverancier waaronder de zorgvrager valt. De volgende bestelcodes horen hier bij:

  • Z-INDEX NACL: 15606791
  • Z-INDEX SOLUTIO G: 15606775
  • Z-INDEX SOLUTIO R: 15606783

Spoelvoeistofzakje

Je weet nu hoe je een katheter kunt spoelen met een spuit of harmonicaflesje. Tot slot kun je katheterspoelen ook nog gewoon doen met een spoelvloeistofzakje. Dit kan ook NaCl, 0,9%, SUBY G of SOLUTIO R zijn. Ook hier geldt net zoals hierboven benoemd dat iedere vloeistof zijn of haar eigen doel heeft. Let alleen wel op dat je de vloeistof uit het spoelvloeistofzakje. gelijk terug laat lopen.

Complicaties en aandachtspunten katheterspoelen

  • Probeer de katheter niet af te klemmen met een kocher. Maak liever gewoon een knik in de katheter. De kocher kan namelijk de katheter beschadigen en zorgen voor lekkage.
  • Houd altijd goed bij hoeveel vloeistof je hebt ingebracht en hoeveel je terug hebt gekregen.
  • Noteer altijd goed hoe de vloeistof eruit ziet als deze terugkomt. In ons kopje over rapporteren vind je hier meer over.
  • Doe bij voorkeur na het spoelen een schone katheterzak aan de katheter. Doe je dit niet, desinfecteer dan de uitgang van de katheter en de katheterzak met 70% alcohol.
  • Een spuit zit meestal in een steriele verpakking. Als je deze gebruikt hoef je de conus van de spuit niet te desinfecteren. Heb je een spuit die niet steriel is, dan is het raadzaam deze te desinfecteren met 70% alcohol.
  • Laat de katheterspoeling nooit in de blaas zitten. Dat maakt de blaas alleen maar week.

Goed, nu weet je heel veel over katheterspoelen, maar wat is dan nu blaasspoelen?

Blaasspoelen

Blaasspoelen heeft een ander doel dan katheterspoelen. Bij blaasspoelen is je doel:

  • Vlokken, gruis en/of bloedstolsels te verwijderen die in de blaas zitten.
  • Ontstekingen te behandelen (met antibiotica).
  • Kwaadaardige blaaspoliepen en tumoren te behandelen (met cytostatica).

Het is goed om te weten dat er ook verschillende manieren zijn om de blaas te spoelen. Hieronder nemen wij ze met jou door.

Manieren om de blaas te spoelen

Je kunt het blaasspoelen op drie manieren uitvoeren:

  1. Door middel van een spuit
  2. Met een blaasspoelzakje
  3. Continu via een druppelsysteem

Spuit

Dit is de gemakkelijkste manier van blaasspoelen. Het spoelen van de blaas met een spuit bestaat uit een steriele spuit en medicinale vloeistof. Je zet de spuit op de ingang van de katheter en brengt de vloeistof onder lichte druk in. Vaak laat je de vloeistof even in de blaas zitten. Een arts schrijft voor hoe vaak en met hoeveel vloeistof je deze vaardigheid uitvoert.

Blaasspoelzakje

Blaasspoelzakjes zijn er in verschillende vormen. Ieder zakje heeft zijn eigen doel. Voorbeelden zijn NaCl, 0,9% en Cytostatica. Je sluit een blaasspoelzakje op de ingang van de katheter aan en laat de vloeistof langzaam inlopen. Daarbij is het van belang dat je het zakje hoger houdt dan de blaas. Nadat de vloeistof langzaam is ingelopen, doe je het klemmetje van het zakje dicht en laat je de vloeistof even in de blaas zitten. Een arts schrijft voor hoe lang de vloeistof mag blijven zitten. Daarna maak je de klem weer los en laat je de vloeistof langzaam teruglopen.

Continu blaasspoelen, druppelsysteem

Continu blaasspoelen houdt in dat er doorlopend spoeling plaatsvindt via een speciaal druppelsysteem, een drielumenspoelkatheter en een urineopvangzak. Dit ter voorkoming van verstopping met bloedstolsels die zich vormen in de blaas. Of ter behandeling van een geïrriteerde of ontstoken blaaswand. Het effect van het ononderbroken inbrengen van spoelvloeistof door een derde katheterkanaal, kan ook helpen een veneuze bloeding te voorkomen. Continu blaasspoelen wordt vaak toegepast na een blaasoperatie. Meestal brengt de arts de katheter direct na de operatie in. Na een blaas- of prostaatoperatie wordt vaak gespoeld met een fysiologische zoutoplossing.

Hoe vaak mag je blaaspoelen?

Spoel nooit als een standaard preventieve maatregel. Het loskoppelen van de urineopvangzak van de katheter brengt iedere keer een infectierisico met zich mee. Spoel daarom alleen op voorschrift van de arts. Maak afspraken met de arts over de soort en de hoeveelheid spoelvloeistof, de frequentie van het spoelen en de periode.

Complicaties en aandachtspunten

  • Zorg dat bij medicinale spoelingen de medicatie de blaaswand overal goed bereikt. Vraag de zorgvrager om regelmatig van houding te wisselen.
  • Houd bij blaasspoelen de hoeveelheid uitgescheiden vocht nauwkeurig bij. Het is de bedoeling dat er evenveel of meer aflopen dan de ingebrachte hoeveelheid spoelvloeistof. Als er minder afloopt, kan er sprake zijn van een nierbeschadiging.
  • Controleer de inhoud van de urineopvangzak op hoeveelheid, bloedstolsels en veranderingen in kleur. Doe dit vooral bij spoelen tegen bloedingen.
  • TIP: Warm liever de vloeistof niet op. Dit kan de samenstelling van het medicijn veranderen.

Conclusie

Je spoelt vaker de katheter dan dat je de blaas spoelt. 

Waarom schrijft de huisarts dan altijd blaasspoelen voor?

Heel eerlijk? Huisartsen zijn ook niet altijd even up to date. Zij zijn meer gericht op ziekteleer en diagnoses stellen. Ook zij moeten geschoold blijven en leren elke dag van ons als collega’s bij. Daarom is het extra belangrijk dat jij als zorgverlener van jou laat horen.

Hoe kun je voorkomen dat je niet de verkeerde handeling uitvoert?

Wanneer een huisarts blaasspoelen voorschrijft, vraag dan altijd even wat het doel is van het spoelen. Zo kun je samen uitzoeken of je moet blaasspoelen of katheterspoelen. Laten wij met mijn allen katheterspoelen wat meer bekend maken. Het voorkomt soms een hoop onnodig spoelen en het niet goed hanteren van de juiste werkwijze.

Rapporteren

Tot slot willen wij in deze blog nog iets kwijt over het rapporteren na het uitvoeren van blaas of katheterspoelen. Iets wat vaak opvalt in een voortgangsrapportage is ‘katheter gespoeld, vloeistof kwam mooi helder terug.’ Alleen, als de vloeistof mooi helder terug komt is dat dan eigenlijk wel goed? Het juiste antwoord hierop is ‘nee’. Wanneer je gaat spoelen, met als bijvoorbeeld als doel vlokken en gruis weg te halen, moet je juist deze vlokken en gruis terugzien in je vloeistof. Anders heeft de vloeistof niks gedaan. Pas dus goed op wat en hoe je rapporteert.

Referenties

  • Kappert, M. (2013). Zorg voor een vlotte doorstroming.
  • Verenso (2011). Richtlijn Blaaskatheters, langdurige blaaskatheterisatie bij patiënten met complexe multimorbiditeit. Utrecht: Verenso.
  • Geng, V., Cobussen-Boekhorst, H., Farrell, J., & e.a. (2013). Urethrale en suprapubische verblijfskatheters bij volwassenen. Utrecht: V&VN & EAUN.
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (2015). NHG-Standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap.
  • Verenso (2018). Richtlijn urineweginfecties bij kwetsbare ouderen. Utrecht: Verenso.
  • Stickler, D.J. (2014). Clinical complications of urinary catheters caused by crystalline biofilms: something needs to be done. Journal of internal medicine, 276 (2), 120-129.
  • Nicolle, L.E. (2012). Urinary catheter-associated infections. Infectious disease clinics of North America, 26 (1), 13-27.
  • Lycklama à Nijeholt, A.A.B. (2004). Blaasspoelen: indicatie, frequentie, duur, methode. In Vorderingen in de verpleeghuisgeneeskunde. Leiden: Boerhaave Commissie.
  • Morris, N. S., & Stickler, D. J. (1998). Encrustation of indwelling urethral catheters by proteus mirabilis biofilms growing in human urine. The Journal of hospital infection, 39 (3), 227-234.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.